Hoge Raad: beslagvrije voet en vakantiegeld

Hoge Raad laat zich uit over de beslagvrije voet in relatie tot het vakantiegeld

Op het moment dat beslag gelegd wordt op het salaris of de uitkering, is er altijd een deel waarop geen beslag gelegd mag worden. Dit deel is onder meer afhankelijk van de bijstandsnorm, premie ziektekostenverzekering, zorgtoeslag, kosten van de eigen woning of huur en huurtoeslag. Het deel van het inkomen waarop geen beslag gelegd mag worden, wordt ook wel de beslagvrije voet genoemd.

In de praktijk komt het vaker voor dat het inkomen lager is dan de beslagvrije voet. Dit heeft als gevolg dat de deurwaarder geen (effectief) beslag kan leggen op het inkomen. De deurwaarder stelt zich echter meestal op het standpunt dat bij loonbeslag de deurwaarder geen rekening hoeft te houden met de beslagvrije voet op het moment dat het vakantiegeld wordt uitgekeerd. De deurwaarder zal dan het volledige bedrag aan vakantiegeld in laten houden.

Over deze handelswijze zijn de meningen tot voor kort verdeeld geweest. De Hoge Raad heeft zich echter onlangs over deze kwestie uitgelaten en voor duidelijkheid gezorgd. De Hoge Raad is van oordeel dat het vakantiegeld dat eenmaal per jaar wordt uitgekeerd, feitelijk verdeeld dient te worden over het gehele jaar (12 maanden). Per maand dient bekeken te worden of in de desbetreffende maand het inkomen boven de beslagvrije voet komt, wat voornamelijk relevant is in het geval er sprake is van wisselende inkomsten.

De volledige uitspraak is hier te vinden: http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2014:3068